Mijne Maccer
Juni 2006
De kleine taalpuriste
Het was zowaar mijn stokpaardje collega’s er op te wijzen dat we niet iets ‘van buiten’ leren, opzeggen ... maar dat we iets ‘uit het hoofd’ kennen, weten en weet ik nog veel wat. Op een morgen werd ik zonder pardon van mijn paard getild: beide uitdrukkingen behoren tot ons correct taalgebruik.
Ik heb zo het nare gevoel dat sinds ik mijn dagelijkse portie ‘Taaldroppels’ inneem, ik steeds weer op het verkeerde paard wed. Neem nu ‘het’ doolhof: een makkie denk ik. ‘De’ doolhof natuurlijk en kordaat klik ik ... fout, een instinker. Welwel, zowel ‘het’ als ‘de’ zijn juist.
Begin augustus mogen we de zoveelste wijzigingen aan onze taal-schat verwachten. Zo schrijven we van dan af én terug apestreken. Waarom? Wel dat hoort zo voor ‘versteende’ uitdrukkingen zoals paddestoel, boerekot en dan waarschijnlijk ook hoe...kot? En wordt het nu miereneuker of mierenneuker, de kommaneukers zullen er wel iets op vinden in de trant van: hoezo, twee ennen na elkaar, daar heeft alleen de haan wat aan.
P.C. Paardekooper mag van geluk spreken dat taalregels niet gelden voor eigennamen. Of hebben de regelneven dit regeltje ook zelf geregeld?
Taalpuriste in spé is zeker ook de kleine Maité. Op vraag van oma’s vriend of mama in de ‘hof’ is, antwoordt zij met uitgestreken gezichtje: ‘Nee Hemman, in de tuin’ ...
Verplaatsen we ons even veertien jaar (nu ja, ongeveer) verder. Het wordt zeker uitkijken geblazen met al die jonge kerels die haar het hof zullen maken, al dan niet achter in de tuin. Komt zij na enige tijd terug binnengedarteldarteld, enkele verdwaalde dennennaaldjes (4 ennen!) in de blonde lokken, en vraag ik haar: ‘Hé Maité ... kom jij van buiten?’ Zal zij dan mijn stokpaardje bij de teugels nemen en met glinsterende ogen zeggen: ‘Maar neen bompaatje toch, uit het ...’
●