Mijne Maccer
September 2006
Achter in onze tuin, zes meter van muur tot muur, stonden mooi op een rij vier paardenkastanjebomen. Stonden? Ze staan er nog, maar het is niet meer onze tuin en hoe krijg je dat dan taalkundig verwoord? Op een dag speelden we met de idee om ‘kamerbreed’ gras te leggen. Het bleef niet bij spelen, we rolden ook de matten uit. De eerste veertien dagen bleef de tuin van voor naar achter en van links naar rechts prachtig grasgroen, maar al vlug verschenen de eerste bruine vlekken en na een maand was de hele achterste helft één verdorde vlakte. Niet door een aanhoudende hittegolf maar door de vier bomen die ongegeneerd elke regendruppel afvoerden naar de naastliggende tuinen.
Wie niet treurden bij dit afsterven waren onze twee zonen die weer tussen de bomen door grachten en kuilen konden graven voor heroïsche gevechten. Niet met elkaar, maar met hun hele play-mobielarsenaal. Manschappen en materieel werden met camouflage-kleuren beschilderd en plannen gemaakt voor een honderjarige oor-log. Ik vraag me af hoeveel mannetjes en vrouwtjes er nog onder het zand steken.
Mijn ex trok naar het zuiden (is daar het gras groener?) en ik iets minder ver naar ‘t Zuid. Door de ramen geniet ik van het uitzicht op de straat geflankeerd door lindebomen. In de herfst bladeren ruimen hoef ik gelukkig niet meer zelf te doen, maar het ontbreekt me wel aan gras. Daarom bedacht ik volgend experiment en het resultaat zie je op de foto hierboven. De idee was elke ochtend het gras te benevelen voor enkele minuten dauwtrappen. Het gras kort houden werd wel een probleem en met mijn baardscheerder lukte het ook al niet. Ik kan wel vertellen dat het gras onderwijl bruin geworden is en het experiment mislukt, maar ik ga volhouden. Daarvoor heb ik nog een voldoende voorraad graszaad (pakje van 250 gram) en pot-aarde ... voor jaren.
Van frisgroen
naar roestbruin
●
Benodigheden: een pakje graszaad, een zak potaarde, twee glazen recipiënten en een vernevelaar.