Mijne Maccer
Januari 2016
Elly uit A
Warm zand glijdt tussen mijn vingers
Zonder vooraf weten hoopvol wachtend
Achter het duin een herkenbare lach
Met een zachte plof nestelt ze zich naast mij
Zij, Hollands meisje uit A dichtbij Duitsland
Ik, bleekneus uit B net over de Belgische grens
De vierde zomervakantie op rij
ontmoeten we elkaar op deze plek
Aan de vloedlijn bouwen kinderen zandkastelen
op onze allang verzwolgen grondvesten
Wijzelf wandelen langs het strand
flinterdunne afstand tussen ons in
Trekken korte spurtjes
door regenbogen van opspattend water
Dwarsen het strand
in een spelletje haasje-over
Ze maakt een buiklanding op mijn rug
glijdt langzaam naar beneden
ik word een met haar zachte hijgen
Ze geeft me een duw en rent lokkend weg
haar lach overstemt het breken van de golven
We tronen op de hoge palen van een golfbreker
dagen elkaar en het oprukkende tij uit
tot de zon langzaam wegsmelt in de zee
Moeder merkt ons spel
van subtiel aanraken en plagend afstoten
en uit haar bezorgdheid
Zo ver, zo ... protestants
De laatste avond
Zij in amazonezit achterop mijn fiets
Onder mijn linkerarm door
zie ik haar bruingezonde benen
perfect in kadans met mijn getrap
Plagend knijpt ze me in de lenden
haar hoofd tegen mijn rug
Ik voel de zachtheid van haar zijn
Sissend geluid uit het ventiel
perfecte smoes om de tijd te rekken
Hand in hand stappen we verder
alsmaar trager, trager … nog trager
Een eerste schuchtere zoen
half mond, half wang
Vijfenvijftig jaar later
Ik uit B
hier op datzelfde duin
glijdt warm zand tussen mijn vingers
We hebben mekaar nooit meer ontmoet
●